Dubbele Huid / Double Skin
10 Januari - 14 Februari, 2026, Christian Ouwens Gallerie

The Turning V, 2023, oil on canvas, 38 × 64 cm
… en ik in het midden, dat is misschien wat ik ben, het ding dat de wereld in tweeën verdeelt, enerzijds het buiten, anderzijds het binnen, dat zo dun kan zijn als een lemmet, ik ben noch aan de ene kant noch aan de andere, ik ben in het midden, ik ben het tussenschot, ik heb twee oppervlakten en geen dikte…
Samuel Beckett
Over de tentoonstelling
In mijn atelier is er een muur die ik zie als een epistemologische muur: een plek waar de wens om “achter” een beeld te komen telkens botst op het feit van een oppervlak. Sluiers, sneden, afgewende ruggen, vormen die lussen; steeds lijkt een ontmoeting nabij, en dan draait het beeld zich weer om. Toenadering wordt een insnijding, een verlangen, een teken. Het kijken aarzelt, stopt even, en begint opnieuw.

studio wall, 2025
Dubbele Huid / Double Skin vertrekt vanuit huid als grens en als contactoppervlak: verfhuid en papierhuid, gezichtshuid, een vlindervleugel, een glasachtig oppervlak, doek en sluier. De werken verkennen de schemerzone tussen verschijnen en verdwijnen, object en subject, zelf en ander. Een choreografie van drempels: gebaren die naar binnen en buiten wijzen.
Een subliminaal verlangen om ze te doorgronden, binnen te dringen, loopt door de tentoonstelling. Het is structureel erotisch: spleet, wond, membraan. Maar zelfs wanneer we dichterbij komen, levert intimiteit geen dieper “binnen” op. De blik wordt teruggeleid naar het oppervlak, nu geïntensiveerd, in een lusbeweging.

Klein Bottle III, 2023 oil on canvas, 40 × 45 cm
De tentoonstelling is opgebouwd in wolken en reeksen. Bij binnenkomst drukken vormen zich dicht tegen de huid: een glijdende vorm die vleugel of profiel kan zijn; een donker gat dat kantelt richting porie, pupil, eclips; benen die oplossen in violet; een doornige tak die terugbuigt op zichzelf. De reeks stroomt over in de Klein Bottles—glasachtige lussen—en dan, wanneer je je omdraait, naar gezicht en papier: in de Vellums overlappen en doorboren hand, vel, rug en portret elkaar; vlakbij houden de Turning Portraits gezichten net aanwezig, bijna opgenomen in het oppervlak. Beneden rijst een röntgenhoofd op uit licht. Twee doeken hangen als lakens—scherm of leegte—gemarkeerd door een zachte snede. Aan het einde staat de grote groene Klein Bottle, deels zuil, deels orgaan; ertegenover hangt een fallus als een vaag violet echo.

Slit II, 2020, oil on canvas, 40 × 30 cm
Door deze werken heen keren motieven terug in tweede gedaanten, die microverschuivingen veroorzaken: echo, nabeeld, herhaling, inversie. Het beeld kantelt. Een snede kan zowel spleet als glimlach zijn; een omsluiting kan ook als leegte worden lezen. Portretten zijn niet autobiografisch in inhoud, maar in structuur: het beeld komt aan de oppervlakte, lost op, keert veranderd terug, zoals herinnering of zelfwaarneming.
Elk werk draagt een tweede aspect in zich, alsof er nog een ander beeld genesteld zit in het eerste. Deze tweede huid is geen laag die je blootlegt; het is een manier van kijken die steeds weer een andere versie voortbrengt. Je komt dichterbij en het oppervlak verschuift een fractie. De Klein bottles geven de tentoonstelling haar topologische logica: binnen en buiten verschijnen als effecten van één vouw. Eén levende huid, licht verschoven.
Er zit een bijna Beckettiaanse weigering in: zelfs als je doorboort, kom je niet aan. Betekenis huist niet ‘achter’ het beeld; ze verschijnt in de tussenruimte waar toenadering omslaat in terugkeer.

Werk muur / constellatie van referenties
Klein bottle — schematische tekening; Mirror (Andrei Tarkovsky, 1975) — Rückenfigur; Francisco de Zurbarán, The Veil of Veronica (c. 1630s); Lucio Fontana — Concetto spaziale (late 1950s–60s); Caravaggio, The Incredulity of Saint Thomas (c. 1601–02); “cutting” drawing (eigen schets).
.
Dubbele Huid / Double Skin
10 Januari - 14 Februari, 2026, Christian Ouwens Gallerie

The Turning V, 2023, oil on canvas, 38 × 64 cm
… en ik in het midden, dat is misschien wat ik ben, het ding dat de wereld in tweeën verdeelt, enerzijds het buiten, anderzijds het binnen, dat zo dun kan zijn als een lemmet, ik ben noch aan de ene kant noch aan de andere, ik ben in het midden, ik ben het tussenschot, ik heb twee oppervlakten en geen dikte…
Samuel Beckett
Over de tentoonstelling
In mijn atelier is er een muur die ik zie als een epistemologische muur: een plek waar de wens om “achter” een beeld te komen telkens botst op het feit van een oppervlak. Sluiers, sneden, afgewende ruggen, vormen die lussen; steeds lijkt een ontmoeting nabij, en dan draait het beeld zich weer om. Toenadering wordt een insnijding, een verlangen, een teken. Het kijken aarzelt, stopt even, en begint opnieuw.

studio wall, 2025
Dubbele Huid / Double Skin vertrekt vanuit huid als grens en als contactoppervlak: verfhuid en papierhuid, gezichtshuid, een vlindervleugel, een glasachtig oppervlak, doek en sluier. De werken verkennen de schemerzone tussen verschijnen en verdwijnen, object en subject, zelf en ander. Een choreografie van drempels: gebaren die naar binnen en buiten wijzen.
Een subliminaal verlangen om ze te doorgronden, binnen te dringen, loopt door de tentoonstelling. Het is structureel erotisch: spleet, wond, membraan. Maar zelfs wanneer we dichterbij komen, levert intimiteit geen dieper “binnen” op. De blik wordt teruggeleid naar het oppervlak, nu geïntensiveerd, in een lusbeweging.

Klein Bottle III, 2023 oil on canvas, 40 × 45 cm
De tentoonstelling is opgebouwd in wolken en reeksen. Bij binnenkomst drukken vormen zich dicht tegen de huid: een glijdende vorm die vleugel of profiel kan zijn; een donker gat dat kantelt richting porie, pupil, eclips; benen die oplossen in violet; een doornige tak die terugbuigt op zichzelf. De reeks stroomt over in de Klein Bottles—glasachtige lussen—en dan, wanneer je je omdraait, naar gezicht en papier: in de Vellums overlappen en doorboren hand, vel, rug en portret elkaar; vlakbij houden de Turning Portraits gezichten net aanwezig, bijna opgenomen in het oppervlak.
Beneden rijst een röntgenhoofd op uit licht. Twee doeken hangen als lakens—scherm of leegte—gemarkeerd door een zachte snede. Aan het einde staat de grote groene Klein Bottle, deels zuil, deels orgaan; ertegenover hangt een fallus als een vaag violet echo.

Slit II, 2020, oil on canvas, 40 × 30 cm
Door deze werken heen keren motieven terug in tweede gedaanten, die microverschuivingen veroorzaken: echo, nabeeld, herhaling, inversie. Wat eerst vast lijkt, helt naar iets anders. Een snede kan zowel spleet als glimlach zijn; een omsluiting kan ook als leegte worden lezen. Portretten zijn niet autobiografisch in inhoud, maar in structuur: het beeld komt aan de oppervlakte, lost op, keert veranderd terug—zoals herinnering of zelfwaarneming.
Elk werk draagt een tweede aspect in zich, alsof er nog een ander beeld genesteld zit in het eerste. Deze tweede huid is geen laag die je blootlegt; het is een manier van kijken die steeds weer een andere versie voortbrengt. Het beeld antwoordt op toenadering: je komt dichterbij en het oppervlak verschuift een fractie. De Klein bottles geven de tentoonstelling haar topologische logica: binnen en buiten verschijnen als effecten van één enkele vouw. Eén levende huid, licht verschoven.
Op de achtergrond is het bijna Beckettiaans: zelfs als je doorboort, kom je niet aan. Betekenis zit niet achter het beeld; ze leeft in de tussenruimte waar toenadering omslaat in terugkeer.

Werk muur / constellatie van referenties
Klein bottle — schematische tekening; Mirror (Andrei Tarkovsky, 1975) — Rückenfigur; Francisco de Zurbarán, The Veil of Veronica (c. 1630s); Lucio Fontana — Concetto spaziale (late 1950s–60s); Caravaggio, The Incredulity of Saint Thomas (c. 1601–02); “cutting” drawing (eigen schets).